Prebiotica
Ontdek prebiotica in poeder en capsules: inuline uit cichorei, FOS, GOS en acaciavezel. We leggen uit welke vezel snel fermenteert, welke milder is en hoe je rustig opbouwt zonder een opgeblazen gevoel.Lees verder →
Filters
Beschikbaarheid
Merk
Vorm
Dieet
Prijs
Prebiotische vezels en wat ze in je darmen doen
Prebiotica zijn vezels die je zelf niet verteert. Ze komen onverteerd in je dikke darm aan. Daar gebruiken bepaalde darmbacteriën ze als voeding. Dat is precies het verschil met probiotica: dat zijn levende bacteriën die je toevoegt. Prebiotica voeden de bacteriën die je al hebt.
Niet elke vezel is prebiotisch. Een vezel verdient die naam pas als bepaalde bacteriën hem selectief afbreken. Bij die fermentatie ontstaan korteketenvetzuren, waaronder butyraat. Vezels die alleen volume geven, vallen daar buiten.
Je krijgt prebiotica ook uit gewone voeding: witlof, ui, prei, knoflook, banaan, haver en peulvruchten. Een normale portie ui of knoflook levert ongeveer 1 tot 3 gram inuline. Wil je gericht hoger uitkomen, dan is een poeder naast het bord praktischer. Een supplement vervangt vezelrijk eten niet, het vult aan.
De vormen in dit assortiment verschillen vooral in fermentatiesnelheid
- Inuline uit cichoreiwortel: lange vezelketens, de best onderzochte prebiotische vezel in Europa.
- FOS, fructo-oligosachariden: kortere ketens uit dezelfde plant, fermenteren sneller en dus merkbaarder.
- GOS, galacto-oligosachariden: gemaakt uit melkzuiker, voeden vooral bifidobacteriën.
- Acaciavezel: fermenteert langzaam en geeft daardoor meestal minder gas.
- Resistent zetmeel: bereikt de dikke darm als zetmeel in plaats van als suiker.
Poeder of capsules is geen kwestie van kwaliteit, maar van dosering. Een prebiotische dosis loopt in grammen, niet in milligrammen. Een capsule bevat vaak 400 tot 500 mg vezel, dus je hebt er veel nodig. Wil je richting 10 gram per dag, dan is poeder in water, yoghurt of koffie handiger. Houd je liever een vaste lage dosis aan, dan zijn capsules prima. Traag fermenterende vezels, zoals acacia en vezels van psyllium, zijn een rustiger startpunt.
Zo kiezen wij prebiotica
We kijken naar drie dingen: de vezelbron, de dosering per portie en of een combinatie logisch is. Inuline uit cichorei nemen we op omdat de Europese food safety authority (EFSA) hier een claim voor heeft goedgekeurd bij 12 gram per dag. Dat getal noemen we gewoon, ook als het betekent dat je meerdere scheppen nodig hebt. Producten met een paar honderd milligram vezel die zich toch prebiotisch noemen, laten we liggen. Mengsels met probiotica nemen we alleen op als de vezel echt gedoseerd is. Elk product gaat langs ons compliance-team en we testen zelf mee. Lees hoe wij selecteren.
Wat je realistisch kunt verwachten
Prebiotica passen bij je als je vezelinname laag is en je vooral je eigen darmflora wil voeden. Wees eerlijk over het begin: gasvorming en een opgeblazen gevoel horen erbij als je te snel opbouwt. Start laag, bijvoorbeeld met 2 tot 3 gram, en geef je darmen twee tot drie weken om te wennen. Bij de meeste mensen zakken die klachten daarna. Heb je een prikkelbare darm, bouw dan extra langzaam op, want veel prebiotica zijn FODMAP's. Drink er voldoende bij, want vezels hebben vocht nodig om hun werk te doen. Voor de bredere context van je darmen en microbioom geldt hetzelfde principe: variatie in vezels doet meer dan één hoge dosis van één soort.
Veelgestelde vragen
Prebiotica zijn specifieke voedingsvezels die je eigen enzymen niet kunnen afbreken. Ze passeren de dunne darm en komen onverteerd in de dikke darm aan. Daar breken bepaalde bacteriën ze af en maken er onder andere korteketenvetzuren van. Het woord prebiotisch is niet vrij te gebruiken: een vezel heet zo pas als hij selectief is, dus als vooral bepaalde bacteriegroepen ermee vooruit kunnen. Alle prebiotica zijn vezels, maar niet alle vezels zijn prebiotica.















