Mineralen
Ontdek losse mineralen en multimineralen: magnesium, zink, ijzer, calcium, selenium en meer. We leggen uit welke vorm goed wordt opgenomen, hoe je een dosering op het etiket leest en wat je beter apart inneemt.Lees verder →
Filters
Beschikbaarheid
Merk
Vorm
Dieet
Prijs
Mineralen kiezen: vorm, dosering en combinaties
Mineralen zijn bouwstenen, geen brandstof
Mineralen komen uit gesteente en bodem. Via planten, dieren en drinkwater belanden ze in je eten. Je lichaam maakt ze niet zelf aan. Van macromineralen zoals calcium, magnesium en kalium heb je honderden milligrammen per dag nodig. Van spoorelementen zoals zink, selenium en jodium maar milligrammen of microgrammen. Ze leveren zelf geen energie, maar het lichaam heeft ze wel nodig om energie uit voeding vrij te maken.
In een supplement zit een mineraal bijna nooit los. Het is gebonden aan een andere stof: citraat, bisglycinaat, oxide of gluconaat. Die binding bepaalt hoeveel je opneemt. Kijk daarom naar het elementaire gehalte, dus de hoeveelheid werkzaam mineraal. Bij 1000 mg magnesiumbisglycinaat gaat het om ongeveer 120 mg magnesium. Dat verschil verklaart waarom twee potten met hetzelfde getal op de voorkant toch anders uitpakken. Je ziet het duidelijk bij magnesium in verschillende vormen.
De vormen die je het vaakst tegenkomt:
- Bisglycinaat: gebonden aan het aminozuur glycine, meestal mild voor de maag.
- Citraat: lost goed op en is redelijk geprijsd, een prettige middenweg.
- Oxide: veel mineraal per tablet, maar een groot deel neem je niet op.
- Poeder en druppels: handig als slikken lastig is of als je rustig wil opbouwen.
Zo kiezen wij welke mineralen we verkopen
Wij kijken bij mineralen naar drie dingen: de vorm, de dosering en de combinatie. We kiezen bij voorkeur organisch gebonden vormen zoals bisglycinaat en citraat, omdat je die beter opneemt dan oxide. Bij dosering gaan we uit van wat je langere tijd rustig kunt gebruiken, niet van het hoogste getal op de markt. Combinaties nemen we alleen op als er een reden voor is, bijvoorbeeld ijzer met vitamine C. We kopen direct bij de merken, ons complianceteam controleert elk product en onafhankelijke labs testen batches steekproefsgewijs. Lees hoe wij selecteren.
Voor wie een mineraal aanvullen logisch is
Een supplement vult een tekort aan. Als je al genoeg binnenkrijgt, levert meer je niets extra op. Bij ijzer duurt het bovendien weken voordat je voorraad weer op peil is, dus geef het de tijd. Wie plantaardig eet, weinig varieert of veel zweet, komt sneller iets tekort. IJzer draagt bij tot een normale vorming van rode bloedcellen, en vitamine C verhoogt de ijzeropname. Dat is precies waarom je ijzer vaak met vitamine C gecombineerd ziet.
Plantaardig eten kost ook zink, omdat fytinezuur uit granen en peulvruchten de opname remt. Zink draagt bij tot een normale werking van het immuunsysteem. Gebruik het niet maandenlang in hoge dosering zonder reden: veel zink drukt op de koperstatus.
Ga je voor losse mineralen of voor een multimineraal? Een los mineraal is logisch als je weet wat je mist. Een multimineraal is bedoeld als brede basis, met lagere hoeveelheden per mineraal. Wat je daarnaast nog gebruikt, bepaalt of dat genoeg is. Bekijk daarvoor ook de rest van ons aanbod voedingssupplementen, zodat je niet twee keer hetzelfde slikt.
Veelgestelde vragen
Mineralen zijn voedingsstoffen die van oorsprong uit gesteente en bodem komen. Planten nemen ze op via de wortels, en zo komen ze in je eten en drinken terecht. Je lichaam kan ze niet zelf aanmaken.
We verdelen ze in twee groepen. Macromineralen zoals calcium, magnesium, kalium en natrium heb je in relatief grote hoeveelheden nodig. Spoorelementen zoals zink, ijzer, jodium, selenium en chroom in heel kleine hoeveelheden. Elk mineraal heeft zijn eigen functie, dus ze zijn niet onderling uitwisselbaar.
































